woensdag 31 oktober 2012

Van Rob: de Main







Het is net of we de Main opnieuw ontdekken. In het voorjaar op de heenreis waren we al verwend met de fraaie vergezichten op de oevers van de Neckar. We hadden het zicht op de Donau, waar we maar al te snel naar toe wilden. Nu op de terugreis met het afscheid van de Donau, de watergrens en het Main-Donau kanaal hebben we alle tijd de Main te beleven. De herfstkleuren helpen daar enorm bij, en het wisselende weer ook. Zo is het vandaag 31 oktober 2012, na de mist en de sneeuw van een paar dagen geleden, prachtig zonnig en helder weer. Het is buiten echt aangenaam. Onze vaargasten worden veelvuldig met hun camera op het dek gesignaleerd.

Opvallend zijn de mooie dorpjes met de veelheid van kleuren van de daken en de huizen. Schilderachtige kerkjes met van die ui-torens. De steden: Bamberg, Schweinfurt, Wipfeld, Kitzingen en Würzburg. Stuk voor stuk fraai, schoon en een bezoek waard. Tussendoor zijn er de wijnbergen. Ze zijn niet hoog, maar er zijn er wel heel veel. En dat nu net in de herfst. De meeste bladeren zaten er met al hun pracht aan kleuren begin deze week nog aan. Ze vallen nu. 


We waren gisteren verbaasd over de grootte van de esdoornbladeren. Die bomen hebben het natuurlijk goed, zo aan de rand van de rivier. Toegegeven, de Main barst van de sluizen (31 stuks) en dat kost tijd. Maar het is tijd waarbij je met vreugde om je heen kijkt. Je gaat erbij filosoferen. Hoorden wij dat Nederland misschien weer een regering heeft. Wat doet dat er hier toe? Dit hier is nu belangrijk en hier zijn we. Het maakt dat Rotterdam nog ver weg is. Natuurlijk verlang ik naar thuis. Het is ook een lange tijd vanaf 18 september. Maar nu nog even niet. De Main. De Main is geweldig.

De eerste drie plaatjes zijn van het voorjaar, de laatste drie van nu.

dinsdag 30 oktober 2012

Weer politie aan boord

We beginnen er een beetje blasé over te worden, dat de politie het leuk vindt bij ons aan boord te komen. Officieel om te controleren of alles wel volgens de regels is, maar eigenlijk gewoon voor de lol.
Deze keer, tussen Kitzingen en Würzburg op de Main, waren ze er heel openhartig over - ontwapenend, als je dat kunt zeggen van de politie. Zò'n bijzonder schip zagen ze niet vaak, dat wilden ze best graag eens bekijken. 
Dus hartelijk welkom, heren, dit is de roef waar de schippersfamilie woonde, alles is nog in originele staat, en dit is het ruim, dat hebben we ingericht als comfortabel verblijf. Comfortabel, dat vonden zij ook, en gelukgewenst, heren, dat jullie met zo'n mooi schip kunnen varen. Alleen het matrozenkot heb ik ze niet laten zien, dat was even minder toonbaar vanwege de dozen wijn die daar stonden opgestapeld.
Het schip was in orde, vonden zij, de papieren ook. Ik hoopte nog even dat ik weer ergens een stempel mocht zetten maar helaas, alles ging elektronisch.
Het enige punt was de verwarring die we de hele tijd al meemaken: de Anna Koosje is in het gebruik een pleziervaartuig maar heeft de afmetingen van een beroepsvaartuig. In het laatste geval is er een Bordbuch vereist, met aantekening van de vaartijden van elk van de stuurlieden. Dat hebben we dus niet. Ze gaan uitzoeken hoe het precies zit, en als er nog iets te regelen valt, komen ze vanavond in Würzburg nog even langs. Met vrouw en kinderen wellicht...

Hafenmeister der Stadt Kitzingen

Met havenmeester Klaus Krüger hadden we op de heenweg al kennis gemaakt. Zijn kaartje zat dan ook keurig in ons kaartenboek ingeplakt bij kilometer 287 op de Main, en hij had ons al laten weten dat "onze" plek vrij was.
We kwamen gisteren na het donker aan, maar vanmorgen was het een weerzien als van vrienden. Hij kroop gelijk in de stuurhut, en op de vraag of hij Kaffee wilde zei hij dat hij best zin had in een kopje koffie. Hij heeft zijn leven lang als schipper in de binnenvaart gezeten, wat hem overal in Europa heeft gebracht, en hij houdt niet op zijn liefde te verklaren voor Zwijndrecht, Willemstad en Gouda. Als gepensioneerde is hij nu havenmeester, regelt de aanlegplaatsen voor de Fahrgastschiffe, en zorgt dat de gasten iets leuks te doen hebben in Kitzingen.
Dit is de streek van de Frankenwein in zijn karakteristieke Bocksbeutelflessen. Op de heenweg hadden we ons al voorgenomen dat we daar wat van mee naar huis wilden nemen, en we hadden het adres van de Winzergenossenschaft al opgezocht.
- Klaus, hoe komen we daar?
- Gewoon, ik rij je er wel naar toe.
Rob, sobere mens die hij is, was meer geïnteresseerd in drinkwater, dus terwijl ik grootschalig wijn insloeg heeft hij de watertank gevuld. Dit zijn Klaus en ik. Op de achtergrond Rob z'n waterslang, terwijl ik de bonusfles in de hand heb die ik van de winkel meekreeg. Op het etiket staat 2012 Randersackerer Ewig Leben Silvaner trocken Franken Kabinett. Vooral dat Ewig Leben wekt verwachtingen.
Het water moest nog wel betaald worden. De passagiersschepen gooien er in een keer tachtig ton in; daar kun je nog een keer een rekening voor schrijven. Wij hadden 1250 liter. Ik liet mijn adres achter, want contant betalen kon niet.
Bij de volgende sluis staat ineens Klaus weer op de kade. "Ik kom jullie even vertellen dat de gemeente Kitzingen jullie de € 1,85 schenkt." Iedereen blij, wij dat wij het correct hebben aangeboden, hij dat hij ons een laatste Abschiedsgruss kon brengen.

Auf Wiedersehen, tot ziens!
Op weg naar de Winzergenossenschaft kwamen we nog langs een complex met onder andere een aantal grote flatgebouwen, allemaal leeg. Dat was de basis van het Amerikaanse leger, dat na de oorlog in heel West-Duitsland een aantal steunpunten heeft aangehouden om in geval van nood Boe! te kunnen roepen tegen de Russen. In Kitzingen waren toen drieduizend militairen gelegerd; met gezinnen erbij betekende dat vijfduizend mensen die deel uitmaakten van de lokale economie. Hun vertrek in 2005 was dan ook een flinke aderlating.


Hier nog een plaatje van de overstromingen van de Main in de loop van de eeuwen. De eerste kanaliseringen zijn zo te zien na 1845 gebeurd.

maandag 29 oktober 2012

Winter

Deze reis terug voert langs hetzelfde traject waar we ook op de heenweg langs kwamen. Voor een deel gaan we dus ook op bekende plekken aan land. Maar er is een belangrijk verschil: het seizoen. Doordat de klok gisternacht een uur achteruit ging, werd het veel vroeger donker dan we gewend waren. Een korte vaardag dus - tenzij we aan het begin van de dag ook bij het eerste licht zouden varen.

Dat namen we ons dan ook voor voor deze ochtend. We lagen voor anker op een stille plas, een vroegere arm van de Main. Maar toen we om half zeven het hoofd naar buiten staken, zag het even niet uit naar varen. Winterse pracht omringde ons in het aarzelende ochtendlicht, maar de wereld was gehuld in nevel.

Het was te verwachten in dit jaargetijde, met sterk afkoelende lucht boven nog steeds warm rivierwater.


Na een paar uur werd de mist dun genoeg om met behulp van kaart en radar te kunnen varen, wij gingen anker-op, en dat leverde in de eerstvolgende sluis deze beelden op.

Veel last van krioelende motorbootjes op het water zullen we niet hebben vandaag. Zelfs de Fahrgastschiffe houden het voor gezien. Vanavond zijn we in Kitzingen; de havenmeester verwacht ons en heeft aan zijn kade alle ruimte vrij.

zondag 28 oktober 2012

Bamberg - sneeuw op het dek!

Bamberg is op een paar kilometers na het einde van het Main-Donaukanaal en het begin van de Main.
Op de heenweg hadden we het bericht doorgekregen dat we wel geluk hadden om zo deze stad, opgenomen in de Unesco werelderfgoedlijst, te kunnen bezoeken. Jammer genoeg waren we toen net vertrokken, en mijn enige indruk was geweest hoe lastig het was om op je fietsje over steile brughellingen bij een supermarkt te komen. Werelderfgoed, niets van gemerkt.
Nou doet Bamberg ook geen enkele moeite om indruk te maken op de waterpassant. Er zijn geen aanlegplaatsen behalve een muur met bolders bij de sluis, en zelfs Fahrgastsschiffe mogen op zijn best in de industriehaven liggen. Het is opnieuw het contrast tussen een rivier en een kanaal. De stad blijkt te zijn gegroeid aan de Regnitz, die ooit rechtstreeks uitkwam in de Main. Daar zijn nog steeds de mooie oevers, maar met een schip van enige omvang kun je er niet komen. Het kanaal, dat om de stad heen gelegd is en nog een paar smalle en ondiepe stukken kent ook, vraagt alleen maar om opletten en doorvaren.
Het is een juweeltje van een stad. Het telt niet meer dan 70.000 inwoners, maar was wel ooit hoofdstad van het Heilige Römische Reich Deutscher Nation. Het was onderdeel van een bisdom zoals bij ons Utrecht in het Sticht, maar in vergelijking met de Bischofsresidenz is het bisschoppelijk paleis aan de Maliebaan een schamele vrijgezellenwoning.

Na een dag met koude regen gisteren werden we vanmorgen - het was ons al in het vooruitzicht gesteld - wakker met sneeuw op het dek onder een kraakheldere hemel. De technische ploeg ging aan de slag om onze recalcitrante oude dynamo te vervangen, en anderen gingen de stad in voor een zondagochtendwandeling. Wat een verstilde rust, plotseling verbroken door het bim-bam-beieren van de Dom bij het uitgaan van de kerkdienst, terwijl ik op een terrasje met een plaid over de knieeën als een sanatoriumgast uit Der Zauberberg zat te genieten van een heisse Schokolade mit Schlag.

Sneeuw op het dek...
... en op de daken van Bamberg

donderdag 25 oktober 2012

De Canyon van Hilpoltsheim

De waterscheiding
We zijn weer terug aan de Noordzeekant van Europa. Vandaag om 14.30 gingen wij over de continentale waterscheiding, die passend wordt aangegeven als een betonnen mes. Val je als waterdruppel aan de ene kant, dan ga je naar de Noordzee; aan de andere kant, naar de Zwarte Zee.
Het hoogste kanaalpand ligt op 406 meter boven zeeniveau. Onmiddellijk daarna komen in snelle opeenvolging drie van de hoogste (of diepste) sluizen van het kanaal, die je elk ruim 24 meter laten zakken. Zelfs de Dzjerdapsluizen in de Donau bij de IJzeren Poort zijn niet zo hoog. Weliswaar is het verval daar 35 meter, maar dat gaat via twee achter elkaar liggende sluiskolken.

Omdat de kanaalsluizen hier ook nog eens veel smaller zijn, krijg je onderin het gevoel dat je in een diepe canyon zit.
We komen van zeeniveau bij Sulina; we moeten naar zeeniveau terug bij Rotterdam. Geen wonder dus dat aan deze kant de sluizen dichter op elkaar zitten en een groter verval hebben: hier moet de hoogte van ruim vierhonderd meter worden weggewerkt over ongeveer duizend kilometer vaarweg; aan de andere kant hebben ze daar vijfentwintighonderd kilometer voor.

Over dat hoogste kanaalpand nog - het lastige is, en dat geldt voor ieder kanaal dat over een bergrug heen gaat, dat daar altijd alleen maar water uit wegstroomt. Dat moet dus altijd vanuit een hoger punt worden aangevuld. In het Canal du Midi heeft het zeventiende-eeuwse waterbouwgenie Pierre-Paul Riquet dat opgelost door er een heel kunstmatig meer voor aan te leggen, het Lac Saint-Ferréol, dat via een kunstig aangelegd voedingskanaal wordt gevuld vanuit de zestig kilometer verder liggende Montagne Noire.


Dijk
Ook hier wordt het hoogste pand gevuld met een voedingsreservoir. Het ligt hier, zonder te proberen mooi te wezen, achter deze dijk. Over de ingenieuze technieken die hier zijn toegepast om niet bij elke schutting de hele inhoud van de sluiskolk te laten wegspoelen, hebben we al geschreven op de blog van de heenweg. Kort gezegd komen die erop neer dat bij elke schutting maar een kwart van de kolk wegloopt; de rest van het water wordt gerecycled.

woensdag 24 oktober 2012

Adieu lief Donautje

Mast omlaag, kachelpijp omhoog

Na 2500 kilometer Bergfahrt hebben we zojuist de mast gestreken. Na de sluis bij Regensburg kregen we de eerste brug met een doorgang van minder dan zeveneneenhalve meter, en van hier tot aan Mainz blijft dat zo. Daar staat tegenover dat we de schoorsteenpijp weer hebben opgezet. De dagen en zeker de avonden zijn een stuk koeler; deze week is de verwachting dat we nachttemperaturen van onder nul krijgen, en voor het eind van de week hebben we sneeuw in het vooruitzicht. We begonnen in april met 's ochtends rijp op het dek, we zullen in november met een witte kap eindigen ook. Ertussenin zat een zomer met wekenlang temperaturen van veertig graden en meer. Het voelt alsof we naar de tropen zijn geweest en weer terug.

Wij verlaten een Donau die steeds priller en jeugdiger werd. In Roemenië was zij oud en breed. Nu, bij Kelheim, waar we bij kilometer 2412 het Main-Donaukanaal ingaan, komt de herinnering terug aan onze opwinding toen we op de heenweg eindelijk in de Donau waren. Nu vinden we het een vriendelijk, dun stroompje waar niet veel spannends aan te beleven valt. Een beginnend riviertje, met nog weinig vermoeden van wat er in het verschiet ligt. Wij nemen afscheid van jonge rivier terwijl wij haar oud gezien hebben. Zo gaat onze reis niet alleen tegen de stroom, maar ook tegen de tijd in.



Links de Donau, rechts de Altmühl
Dit is - opnieuw, want in mei hebben we hem ook al op de foto gezet - de scheidingston. Hier gaan wij de Altmühl in, de oude rivierbedding waar het Main-Donaukanaal voor een deel in gelegd is. De Donau is links, wij gaan rechtsaf. En na vele weken maken we het weer mee dat onze landsnelheid gelijk is aan onze snelheid in het water. Ja, we zitten op een kanaal, met bijna geen stroom. Een paar sluizen omhoog nog, daarna een heel stel naar beneden, en dan roetsjen we van Mainz tot in de Veerhaven de Rijn af.